Actueel

Let op voor gedwongen verzuim is het volgende in de cao opgenomen:

Artikel 64 Gedwongen verzuim

1. Kan de werknemer niet werken door gedwongen verzuim, zoals beschreven in art. 7:628BW? Dan krijgt de werknemer zijn salaris plus eventuele ploegentoeslag uitbetaald tenzij het geheel of gedeeltelijk niet werken in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen volgens art. 7:628BW.

2a.1.  Er zijn uitzonderingen op de regel in lid 1. Dan hoeft de werkgever het salaris en de eventuele ploegentoeslag niet door te betalen, na een aantal hierna te noemen verstreken wachtdagen (zie artikel 2b). Dit geldt dan wel als gedwongen verzuim, waardoor de werknemer niet kan werken. Dan moet er wel sprake zijn van het volgende:

–     buitengewone natuurlijke omstandigheden waardoor of als gevolg waarvan niet kan worden gewerkt: vorst, ijs, sneeuw, gladheid of dooi alsmede bij harde wind, hoog water en/of overstroming en

–     de werkgever hiervan op tijd melding heeft gedaan bij het UWV en

–     de werknemer hiervoor aanspraak maakt op een uitkering op grond van artikel 18 Werkloosheidwet.

2a.2.  Er is sprake van een niet-werkbare dag in geval van vorst, ijs, sneeuw, gladheid of dooi als op een werkdag in een winterseizoen (het tijdvak lopende van 1 november van enig jaar tot en met 31 maart van het daarop volgend jaar) vanwege deze omstandigheden niet wordt gewerkt en als voldaan wordt aan één van de volgende norm[en]:

a de gemeten temperatuur is tussen 00:00 uur en 07:00 uur lager geweest dan -0,5 Celsius;

b gladheid onder andere vanwege ijzel;

c dooi/gevolgproblematiek: er is sprake van bevroren grond na een vorstperiode, waardoor de grond niet toegankelijk is om werkzaamheden uit te voeren bijvoorbeeld vanwege een opgelegd graaf- of breekverbod door de overheid.Voor het vaststellen van de onder sub a genoemde norm is bepalend de meting van het KNMI-weerstation in het postcodegebied op de werkplek waar de werknemer werkzaam is of zou zijn.

2a.3.  Er is sprake van een niet-werkbare dag in het kader van harde wind (storm) wanneer op een werkdag in het kalenderjaar niet wordt gewerkt vanwege storm en die voldoet aan de volgende norm:

a het KNMI geeft een waarschuwing uit voor code rood.

Voor het vaststellen van deze norm is bepalend de meting van het KNMI-weerstation in het postcodegebied op de werkplek, waar de werknemer werkzaam is of zou zijn.

2a.4.  Er is sprake van een niet-werkbare dag in het kader van hoog water en/of overstroming voor zover in een kalenderjaar op een werkdag niet wordt gewerkt vanwege of als gevolg van hoog water en/of overstroming.

2b.   De eerste dagen waarop de werknemer niet kan werken worden wachtdagen genoemd.

Tijdens een wachtdag dient de werkgever het loon als bedoeld in art. 64 lid 1 cao door te betalen. Na het verstrijken van de wachtdagen kan de werkgever namens de werknemer bij het UWV een WW-uitkering aanvragen. Voor elke hiervoor bedoelde buitengewone natuurlijke omstandigheid gelden de volgende wachtdagen:

–     bij vorst, ijs, sneeuw, gladheid of dooi in een winterseizoen 2 wachtdagen;

–     bij harde wind (storm) in een kalenderjaar 2 wachtdagen;

–     bij hoog water en/of overstroming in een kalenderjaar 2 wachtdagen.

2c.       Van iedere dag dat de  werknemer  niet kan werken doet de werkgever volgens de uitvoeringsvoorschriften melding bij het UWV door middel van het daarvoor door het UWV beschikbaar gestelde formulier.

2d.      Als een dag als hiervoor bedoeld bij het UWV wordt gemeld, geldt dat de werknemer op die gehele dag geen (vervangende) werkzaamheden mag doen. Bovendien dient de werkgever in de in dit lid genoemde omstandigheden vóór 10:00 uur in de ochtend  aan zijn werknemer te laten weten  dat deze die dag niet op het werk hoeft te verschijnen dan wel de werknemer daadwerkelijk naar huis te sturen.

2e.      De werkgever moet voldoen aan alle (uitvoerings)voorschriften die hier gelden. Deze voorschriften zijn te vinden op de websites van UWV en cao-partijen. Op een correcte naleving hiervan wordt gecontroleerd en bij constatering van oneigenlijk gebruik en/of misbruik zullen sancties van het UWV volgen.

3          Elke dag na het verstrijken van de wachtdagen als hiervoor bedoeld, dat de werknemer niet kan werken door gedwongen verzuim zoals hierboven bij 2a t/m 2e, kan hij een uitkering krijgen volgens de Werkloosheidswet. Als de werknemer deze uitkering krijgt, vult de werkgever deze aan tot het salaris dat de werknemer zou krijgen. Een eventuele ploegentoeslag betaalt de werkgever ook.

Bij een langere periode van vorst of hoog water, hoeft de werkgever deze aanvulling maximaal twee weken te betalen. Wat geldt hier als één periode om te berekenen of deze twee weken voorbij zijn? Bij een korte onderbreking begint er géén nieuwe periode. Alleen als werknemers drie of meer dagen achter elkaar weer gewerkt hebben, dan begint er daarna een nieuwe periode. Maar alleen als er dan nog steeds gedwongen verzuim is door vorst of hoog water.

Krijgt een werknemer geen uitkering volgens de Werkloosheidswet? En komt dat door de referte-eis? Dan heeft hij er recht op dat de werkgever 100% van het salaris betaalt.

4          Voert de werkgever een tijdelijke werktijdverkorting in? En heeft de overheid dit goedgekeurd? Dan betaalt de werkgever geen salaris over de tijd waarin de werknemer niet werkt. Het gaat hier ook om een werktijdverkorting tot een week van 0 uren.

Heeft de werknemer in deze situatie recht op een uitkering volgens de Werkloosheidswet? Dan vult de werkgever deze uitkering aan tot het salaris dat de werknemer zou krijgen.

5          Werkt een werknemer minder dan 15 uur per week? En staat niet vast op welke tijden hij precies werkt? Of staat niet of niet duidelijk vast hoeveel uur de werknemer werkt? Dan is in het eerste jaar van de arbeidsovereenkomst art. 7:628 BW niet van toepassing. Dit is dus een afwijking van wat hierboven staat in lid 1 tot en met lid 4.

 

Aantekening:

Door gedwongen verzuim wordt het dienstverband niet verbroken.

<><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><>

Nieuwe CAO boekjes

Via de webshop kunt u de nieuwe CAO boekjes voor de Metaal en Techniek 2019 2021 bestellen

<><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><>

Voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021 zijn de volgende heffingen over de loonsom van toepassing:

  • CAO Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingbedrijf: 0,625%
  • CAO Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Technisch Installatiebedrijf: 0,85%
  • CAO Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Isolatiebedrijf: 0,7%
  • CAO Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Carosseriebedrijf: 0,5%
  • CAO Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor Goud- en Zilvernijverheid: 0,5%
  • CAO Werkgeversbijdrage Sociaal Fonds Metaal en Techniek: 0,2%

<><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><>

Salarisverhoging: het voor de werknemer geldende salaris wordt verhoogd met:

– 3,5% per 1 december 2019

– 3,5% per 1 juli 2020

– 0,93% per 1 maart 2021

En een éénmalige bruto uitkering van € 306,– in februari 2021.

Voor de volledige tekst zie t.z.t het nieuwe artikel 41 van de Cao’s voor de Metaal en Techniek.

<><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><>

De cao Private Aanvulling WW en WGA Metaal en Techniek is algemeen verbindend verklaard.

Het bestuur van de Stichting SWWM heeft besloten dat het reglement op 1 juli 2019 in werking treedt. Dit betekent dat vanaf dat moment er premie in rekening kan worden gebracht.

Voor de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 heeft het bestuur de premie vastgesteld op 0,4%.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de pagina actueel op www.wwmetaalentechniek.nl  

<><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><>

Contact

Postadres

  • Postbus 93235
  • 2509 AE Den Haag